Schuimblusaanhanger

DSC_9778-border

Roepnaam Schuimblusaanhanger Aaslmeer (SBAASM 13-3563)

Het blussen van een brand kan op verschillende manieren gebeuren. Het gemakkelijkste om vlammen te blussen is het gebruik van water. Dat is namelijk goedkoop, vaak in grote hoeveelheid aanwezig en gemakkelijk te verplaatsen door middel van een pomp. Soms kan een brand met water niet geblust worden. Dat is met name het geval bij een zogeheten vloeistofbrand. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een grote plas met kerosine die in de brand staat. Water en kerosine mengen niet en kerosine gaat drijven op water. Als de vlammen dus weg gaan door het bluswater, gaat de onverbrande kerosine weer drijven op het water en kan het vuur die kerosine dan weer ontsteken. Om dit type brand te bestrijden maakt de brandweer gebruik van blusschuim. Heel simpel gezegd is het schuim hetzelfde zeepsop als, alleen dan gemaakt door een speciaal schuimvormend middel. Dit middel zorgt er voor dat het schuim beter bestand is tegen hitte/vlammen. Het schuim blijft wel drijven op de kerosine plas en doordat er dan niet voldoende zuurstof meer bij de brand kan komen, gaat deze uit.
Ook loopt blusschuim niet zo snel weg, dus als het in een motorruimte wordt gespoten, kan het de vlammen soms ook sneller uit krijgen dan normaal water.
Op de tankautospuit zit ook een schuim-systeem: het pro-pack systeem. Dit systeem kan, in de uitvoeren zoals deze op de TAS zit, slechts een beperkte hoeveelheid schuim creƫren. Als er meer schuim nodig is, dan kan de schuimblusaanhanger ingezet worden. Deze aanhanger kan, zonder bij te vullen, in totaal 175.000 liter schuim maken.